Je staat op uit je bed om te gaan plassen. De laatste keer dat je het zelf kan.

Morgen is alles anders.

Morgen is er pijn. Morgen is er angst. Morgen is er hoop. Morgen is er geen kanker meer.

Je bent mijn voorbeeld. Je bent sterk.

Held.

Het overviel me.

Niets deed ik en opeens was het daar. Onaangekondigd, na jaren van afwezigheid.

Het vervulde mij met dankbaarheid. Rust.

Minder dan een tel, een gevoel van zuiver geluk.

Geluk is zin.

Het woord is gevallen.

Ik wist dat het een keer gezegd moest worden, maar jij nog niet.

Ik wilde het je zeggen, maar ik kon het niet. Dat was te dichtbij.

Het werd gezegd door een ander.

Je voelde het als een vonnis. Je voelde je slecht. Dat is wat dit woord met je doet.

Je bent niet slecht. Het woord kennen is nodig om meer te kunnen zijn dan dat woord.

Ooit kun je het achter je laten.

 

Zij isĀ een mooi mens

en bovendien een mooi wijf

met ook nog een mooie kont.

Mooier kan ze niet.

Het heldere glazige bolletje lag op je, naast nog meer bolletjes, te glinsteren in de felle ochtendzon.

Het perfecte wit van je veren maakte de druppels nog helderder.

Je verenkleed reikte verder dan je lichaam. Perfect rood stak schril af tegen perfect wit.

Jouw pracht is een ode aan je leven. Je dood was zinloos.

De wolkenloze lucht lijkt hier dreigend, de bomen bespiedend. De vogels op het open water geven geen rust. Mijn thuis is elders.

De vijand wordt gevoeld maar laat zich niet zien.

Het onzichtbare en het niet bestaande zien er hetzelfde uit. De vijand huist ook in mijn hoofd.

Ik ga naar huis, ik neem hem niet mee.

Ik was alleen in de bunker. Vrij om weg te lopen maar toch opgesloten.

Ik kon niet weg want ik moest het monster bevechten. Het monster in mijn lichaam dat alleen kon worden verdreven door een ander monster. Een snerpende kolos die me eerst ziek zou maken en daarna beter.

Het liefst zou ik willen wegrennen, weg uit de bunker en weg uit mijn lichaam. Het kon niet. Eenzamer heb ik me nooit gevoeld.

Mijn eenzaamheid ging over. Die van jou niet. Die zit in je hoofd en laat zich niet temmen.

Maar je bent niet alleen.